Voorgeschiedenis

Posted on

Omstreeks 1870 ontstond in Nederland de behoefte aan betrouwbaar en grootschalig vervoer over zee naar en van onze toenmalige kolonie in de Oost, Nederlands-Indië. Dit was het gevolg van de afschaffing van het zogenaamde Cultuurstelsel, dat de inheemse bevolking verplichtte tot massale aanbouw van gouvernementsproducten als suiker, koffie en indigo (kleurstof) en dat de basis vormde voor de monopoliepositie in Indië van de Nederlandsche Handel-Maatschappij en de daarmee gepaard gaande organisatie van het vervoer over zee. De sterk verouderde Nederlandse zeilvloot kon zich in de vrije mededinging op de vaart naar Indië niet meer goed handhaven maar de bouw van stoomschepen vroeg dermate veel kapitaal dat de tot dusverre geëigende Partenrederij daar niet geschikt voor was. De introductie van de Naamloze Vennootschap als vorm van bedrijfsfinanciering door middel van verhandelbare aandelen bleek de oplossing te bieden. Ook de opening van het Suez-kanaal in 1869 vormde mede de basis voor het ontstaan van de ‘Mails’, de nieuwe rederijen die op basis van overheidscontracten in staat bleken in de behoefte voor een regelmatige dienst te voorzien.

Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’.

m.s. KARIMUN (1953) in Singapore.
Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’.

Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’ (1870 – 1970)
De grootste van deze ‘mails’, de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’, werd op 13 mei 1870 in Amsterdam opgericht waarbij de ondernemer Jan Boissevain, directeur van de verzekeringsmakelaar Boissevain & Co., alsmede Prins Hendrik (‘de Zeevaarder’) een leidende rol speelden. Na een moeilijk begin met concurrentie van diverse Nederlandse rederijen, ontstond vanaf 1887 een blijvende samenwerking met de Rotterdamsche Lloyd, waarbij afvaarten werden afgestemd en vrachttarieven gelijkgeschakeld. Het vaargebied werd in 1904 uitgebreid met Ceylon en Brits-Indië. In 1914 werd door S.M.N., R.L. en H.A.L. een dienst geopend van Java naar de oostkust van de Verenigde Staten en in 1915 naar de westkust. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog had de rederij een vloot van 32 schepen (300.717 BRT) en vier schepen in aanbouw. Tijdens de oorlog gingen vijftien schepen verloren, waaronder drie van de zes passagiersschepen.

Koninklijke Rotterdamsche Lloyd.

m.s. SCHIE LLOYD (1959)
Koninklijke Rotterdamsche Lloyd.

Koninklijke Rotterdamsche Lloyd (1883 – 1970)
In 1875 werd door Willem Ruys (1837-1901) de Stoomboot Reederij ‘Rotterdamse Lloyd’ opgericht. Deze rederij was in feite een conglomeratie van zelfstandige rederijen. De schepen hadden elk hun eigen aandeelhouders of eigenaren. Door de nadelen die daaraan verbonden waren nam Ruys het initiatief om een N.V. op te richten waarin alle schepen zouden worden ondergebracht. Op 15 juni 1883 werd de N.V. Rotterdamsche Lloyd opgericht, met als directie Wm. Ruys & Zonen. In 1993 kreeg de rederij een aandeel in het postvervoer, dat tot dan toe uitsluitend met de S.M.N. had plaatsgevonden. De ontwikkeling van de RL loopt op veel gebieden parallel aan die van de S.M.N. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog had de R.L. een vlootbestand van 31 schepen (264.906 BRT), waarvan er negentien verloren gingen, waaronder drie passagiersschepen. Op 21 november 1947 werd het predicaat Koninklijk verkregen, waarna de naam werd gewijzigd in Koninklijke Rotterdamsche Lloyd NV.

 

KPM Ambon

Haven van Ambon met KPM-schip.
Foto – Collectie Moluks Historisch Museum.

Koninklijke Paketvaart-Maatschappij (1888 – 1966)
Op 4 september 1998 werd, mede door de R.L. en S.M.N., de Koninklijke Paketvaart-Maatschappij (K.P.M.) opgericht. Het Nederlandse hoofdkantoor was vanaf 1916 samen met dat van enkele andere Amsterdamse rederijen gevestigd in het Scheepvaarthuis aan de Prins Hendrikkade. Het operationeel hoofdkantoor was gevestigd in Batavia. Het bedrijf richtte zich aanvankelijk primair op de scheepvaartverbindingen voor passagiers en vracht tussen de eilanden van Nederlands-Indië, de ‘inter-insulaire vaart’. Vanaf 1906 werden ook routes vanuit de Indische archipel naar het buitenland opgezet, de zogenaamde ‘buitenlijnen’. Tussen de twee wereldoorlogen groeiden de activiteiten zodanig, dat de vloot van de K.P.M. die van de R.L. en S.M.N. voorbijstreefde en het zowel in aantal schepen als tonnage de grootste Nederlandse rederij werd.
De Tweede Wereldoorlog maakte hier abrupt een einde aan. In 1939 had de K.P.M. een vlootbestand van 129 schepen (307.847 BRT), waarvan er zesennegentig verloren gingen. Hierbij kwamen ongeveer 1000 opvarenden om het leven.
In 1947 werden de buitenlijnen van de K.P.M. samengevoegd met de zelfstandige J.C.J.L. en op 1 januari 1948 ingebracht in de nieuwe maatschappij K.J.C.P.L. De K.P.M. concentreerde zich weer geheel op de ‘inter-insulaire vaart’. Dit werd als snel bemoeilijkt door het ontstaan van de staat Indonesië in 1949 en het wegvallen van de oude koloniale verbanden. Op 1 januari 1967 fuseerde de K.P.M. met de K.J.C.P.L.

Nederlandse Scheepvaart Unie (1908 – 1977)
In 1908 werd door R.L., S.M.N. en K.P.M. de Nederlandse Scheepvaart Unie opgericht, als houdstermaatschappij van de meerderheid van hun aandelenkapitaal om te voorkomen dat zij in buitenlandse handen zouden vallen.

KJCPL

m.s. STRAAT SINGAPORE (1957)
Koninklijke Java-China-Paketvaart Lijnen.

Koninklijke Java-China-Paketvaart Lijnen (1902-1970)
De basis voor de K.J.C.P.L. werd gelegd in 1888 toen door de R.L. en S.M.N. de K.P.M. werd opgericht. De K.P.M. richtte zich primair op de scheepvaartverbindingen voor passagiers en vracht tussen de eilanden van het voormalig Nederlands-Indië, de zogenaamde ‘inter-insulaire vaart’. Op 15 september 1902 werd door R.L., S.M.N. en K.P.M. de Java-China-Japan Lijn (J.C.J.L.) opgericht. De nieuwe maatschappij voorzag in het groeiende verkeer tussen Nederlands-Indië en het Verre Oosten.
In 1947 werden de lijnen van de K.P.M. buiten Indonesië samengevoegd met de J.C.J.L. en werd het predicaat Koninklijk verkregen, waarna de nieuwe naam Koninklijke Java-China-Paketvaart Lijnen (K.J.C.P.L.) werd, terwijl buiten Nederland de naam Royal Interocean Lines (R.I.L.) werd gebruikt. Er werden regelmatige diensten onderhouden tussen Japan, Filippijnen, Maleisië, West, Zuid en Oost-Afrika, Zuid-Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland en India.
Per 1 januari 1967 vond een volledige fusie plaats tussen de K.J.C.P.L. en de K.P.M. inclusief haar dochterondernemingen. Bij de fusie tot de Nederlandsche Scheepvaart Unie (N.S.U.) bracht de K.J.C.P.L. een vloot van 61 schepen in, met een gezamenlijk tonnage van 503.081 BRT, aangevuld met diverse dochtermaatschappijen en minderheidsdeelnames in andere bedrijven.

Vereenigde Nederlandsche Scheepvaartmaatschappij.

m.s. ZAANKERK (1957)
Vereenigde Nederlandsche Scheepvaartmaatschappij.

Vereenigde Nederlandsche Scheepvaartmaatschappij (1920 – 1970)
Plannen voor uitbreiding van het vaargebied ontstonden tijdens en na het einde van de Eerste Wereldoorlog bij alle grote Nederlandse rederijen toen in 1918 Duitsland als maritieme natie tijdelijk was uitgeschakeld. De oprichting van de Vereenigde Nederlandsche Scheepvaartmaatschappij door vier Amsterdamse (S.M.N., K.N.S.M., K.P.M. en J.C.J.L.) en vier Rotterdamse rederijen (R.L., H.A.L., Van Ommeren en Van Nievelt, Goudriaan) legde hun individuele expansie aan banden. Op 30 april 1920 werd de Vereenigde Nederlandsche Scheepvaartmaatschappij N.V. opgericht (V.N.S.), met als zetel ’s Gravenhage. De nieuwe rederij had als doel ‘het exploiteren van geregelde lijndiensten naar gebieden waar de Nederlandse vlag nog niet of onvoldoende is vertegenwoordigd’. Vier afzonderlijke lijndienstorganisaties werden ingesteld, vooralsnog onder de directie van de aandeelhouders. Pas in 1930 werd besloten tot het centraliseren van de directie in een eigen organisatie. De diensten waren:
– Holland-Oost-Afrika Lijn (directie KNSM)
– Holland-Oost-Azië Lijn (directie SMN en Van Nievelt Goudriaan)
– Holland-Australie Lijn (directie Rotterdamsche Lloyd)
– Holland-Britsch-Indië Lijn (directie HAL en Van Ommeren)
De Holland-Britsch-Indië Lijn werd in 1947 gesplitst in de:
– Holland-Bombay-Karachi Lijn
– Holland-Bengalen-Burma lijn

Vereenigde Nederlandsche Scheepvaartmaatschappij.

m.s. WESTERKERK (1967) in Sydney.
Vereenigde Nederlandsche Scheepvaartmaatschappij.

In 1919 maakte de Drechtstroom van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij op verzoek van de Nederlandse regering enkele charterreizen naar West-Afrika. Daarbij bleek al spoedig dat een grote behoefte bestond aan scheepsruimte. De H.S.M. maakte dan ook bekend dat een lijndienst naar de Canarische Eilanden en West-Afrika zou worden geopend. In april 1920 begon de V.N.S. met een lijndienst op West-Afrika. Na enkele maanden hevige concurrentie met de Hollandsche Stoomboot Maatschappij, sloten beide rederijen in oktober een overeenkomst waarbij vanaf 1 november 1920 voor gezamelijke rekening de Holland-West-Afrika Lijn van start ging, vanaf 1924 met eigen schoorsteenkleuren. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog beschikte de V.N.S. over een vloot van 23 schepen waarvan dertien verloren gingen.
In de periode 1945 tot 1970, het moment van de fusie, heeft de V.N.S. 74 zeeschepen in haar vloot gehad, waarvan zes vracht-passagiersschepen. De laatste schepen die voor de V.N.S. werden gebouwd, bestemd voor de Holland-Australie Lijn, waren m.s. Wissekerk, m.s. Westerkerk, m.s. Willemskerk en m.s. Waalekerk. Van de 91 schepen waarmee de Koninklijke Nedlloyd begon waren er 34 afkomstig van de V.N.S. Het eerste containerschip dat de V.N.S. had besteld voor de Australië-dienst, de Abel Tasman, waarvan de kiel werd gelegd op 2 juni 1969, kwam pas na de fusie in de vaart. Dat was ook het geval met de twee 27-mijls containerschepen die K.R.L. en V.N.S. in opdracht hadden gegeven voor de Verre Oosten-vaart en die in 1972 werden opgeleverd als Nedlloyd Dejima en Nedlloyd Delft.

Nedlloyd Lijnen embleem.

m.s. LOIRE LLOYD met Nedlloyd Lijnen embleem. Koninklijke Rotterdamsche LLoyd.

Nedlloyd Lijnen (1963-1970)
In 1957 startte president Soekarno een campagne om Nederland door politieke en economische maatregelen te dwingen Nieuw Guinea aan Indonesië af te staan (hetgeen vijf jaar later ook gebeurde). Het ladingsaanbod voor de Nederlandse rederijen ging afnemen en zij werden gedwongen hun organisatie in Indonesië geleidelijk over te dragen aan lokale ondernemingen totdat in april 1960 de Indonesische regering het vervoer van lading en passagiers met Nederlandse schepen geheel verbood. K.R.L. en S.M.N. werden genoodzaakt aanvullende laadrechten te verkijgen naar andere gebieden in de regio en zo werden vanaf september 1958 geleidelijk Hong Kong, Filipijnen, China, Japan, Formosa en Zuid-Korea in de lijndiensten opgenomen, in 1961 gevolgd door Nieuw-Zeeland en eilanden in de Pacific.
In 1963 werden de lijndiensten van K.R.L. en S.M.N. volledig geïntegreerd onder de naam N.V. Nedlloyd Lijnen. Beide partners brachten elk 25 schepen in waardoor een lijnvaartrederij van Europees formaat ontstond. De schoorsteenkleuren van K.R.L. en S.M.N. bleven gehandhaafd maar werden voortaan voorzien van een Nedlloyd-embleem.

Bronnen:
– Nederlandse koopvaardijschepen in beeld deel 2 – Lijnvaart (2) van Dick Gorter
– Nederlandse koopvaardijschepen in beeld deel 12 – V.N.S. van Dick Gorter
– Nederlandse koopvaardijschepen in beeld deel 16 – Nedlloyd van Dick Gorter