m.s. NEDLLOYD SCHIE

Posted on
m.s. Clara Mærsk

m.s. Clara Mærsk – On her maiden voyage in Panama Canal (1968).

4de Stuurman G.H.V.
8 Augustus – November 1978
Totaal: 18.466 zeemijlen

Tijdens mijn koopvaardijreizen ben ik helaas nooit door het Panama-kanaal gevaren. Op mijn lijstje prijken wel het Kieler-kanaal en het Suez-kanaal, maar geen Panama-kanaal. Weliswaar zijn er meer kanalen die de moeite waard zijn, maar terugkijkend vind ik het nog steeds jammer juist dit kanaal nooit gezien te hebben. Enerzijds door het feit dat Nedlloyd de Nedlloyd Schie van het ene op het andere moment uit een ‘rond de wereld’ dienst haalde, anderzijds doordat ik op de Nedlloyd Mersey alleen de kustreis op Europa meemaakte om zo de carnaval van 1979 te willen vieren.

 

Het begon met wachten
Om als 4de stuurman aan boord van de Nedlloyd Schie te komen, moest ik vliegen. Best een beetje spannend om als jonge man van net 21 jaar alleen te moeten vliegen naar Mobile, in de staat Alabama. Enkele weken daarvoor was via het hoofdkantoor in Rotterdam een visum aangevraagd voor de Verenigde Staten. Mijn ouders deden mij uitzwaaien vanaf vliegveld Beek. Ik zat in een Fokker en zij stonden op het platform achter een hek te zwaaien. Aangezien het vertrek nog enige tijd duurde, bleven we zwaaien. Maakte het afscheid alleen maar moeilijker.

Mobile - Alabama

Ansicht uit Mobile – vrijdagmiddag 28 juli 1978.
Ik zit, in afwachting van de Nedlloyd Schie, in een hotel. Het schip komt pas over een week. Leuke betaalde vakantie.

Op Schiphol werd overgestapt op een Boeing van onze nationale trots, de KLM. Met dit toestel ging het naar Chicago waar ik weer moest overstappen. Ditmaal op een lokale lijndienst om via Atlanta naar Mobile te vliegen. In de hoop daar de scheepsagent te treffen die mij zou opvangen en naar mijn schip zou brengen, was de teleurstelling groot niemand te zien. Wat te doen? Geen gegevens verder van schip, scheepsagent of lokale vertegenwoordiger en maar weinig geld op zak. Tegelijkertijd kwamen met mij een aantal bemanningsleden voor een ander schip uit het vliegtuig. Welke nationaliteit, ik weet het niet meer. Zij werden wél opgewacht door een scheepsagent. Deze vroeg wie ik was en voor welk schip ik kwam. De Nedlloyd Schie. Die komt pas over een week aan. Hij zou mijn scheepsagent inlichten dat ik er was, zodat deze actie kon ondernemen. Dus maar wachten. Tegen middernacht lokale tijd, ik was ondertussen al zo’n 24 uur onderweg, rekening houdend met het tijdverschil, kwam de scheepsagent weer terug. Zijn collega van Nedlloyd had geen tijd of zin en hij zou mij naar een motel brengen. Een uur later kon ik de kamer betreden waar ik de komende twee weken zou vertoeven.

Wat te doen? De eerste dag begon met uitslapen, want ik had wel enige redenen om even bij te komen. Die dag dus geen ontbijt. De komende dagen werd met mijn camera de omgeving verkend. Af en toe raakte ik verzeild in wijken waar de houten huizen mij nog het meeste deden denken aan de slaventijd. Deze buitenwijken werden voornamelijk bewoond door kleurlingen. Het centrum van Mobile was een mix van hoogbouw (heel hoog) en laagbouw inclusief houten huizen, met daar tussen brede autowegen waarbij niet altijd rekening werd gehouden met de geluidsoverlast door het verkeer. Een bezoek aan een fort was ook afleiding. Het was net gebouwd en moest een replica voorstellen van een fort van vierhonderd jaar geleden en er werden rondleidingen gehouden. Onderdeel van de rondleiding was het laden en afschieten van een ‘authentiek’ kanon uit de tijd van de Engels-Franse confrontatie in de zuidelijke staten. De lokale Amerikanen waren maar wat trots op hun historie van vierhonderd jaar.

Mobile in Alabama.

Mobile in Alabama.

In het motel leerde ik een Duitse gezagvoerder kennen, zijn Amerikaanse vriendin en haar twee kinderen. Eigenlijk begon de kennismaking via de zoon want we zwommen iedere dag samen in het zwembad van het motel. Af en toe werd ik door hen uitgenodigd voor een uitje. Zo bezocht ik samen met hen een historisch havenpark waar enkele schepen uit de Tweede Wereldoorlog lagen afgemeerd. Een van de schepen was U.S.S. Alabama. In mijn ogen een gigantisch schip, vooral toen ik achterin het schip in de eetzaal van de matrozen terecht kwam. Daar konden honderd matrozen tegelijk aanschuiven. Ook lag er een onderzeeboot uit de Tweede wereldoorlog welke je van binnen mocht bekijken. Op een avond werd ik mee uitgenomen om te eten. Een aparte ervaring, een Amerikaans restaurant. De steaks waren groot, de glazen cola ook en de bediening snel en efficiënt. Wel werd je weggekeken wanneer je bord leeg was of indien je aangaf voldaan te zijn. Een lege tafel betekende nieuwe klanten en meer tipgeld voor de bediening die het voor een groot gedeelte van de fooi moest hebben.

USS Alabama

USS Alabama Battleship Memorial Park.

Eindelijk liep na twee weken het m.s. Nedlloyd Schie binnen. Niet in Mobile, maar in Pascagoula. Dus werd ik door de scheepsagent, zag ik die ook eens een keer, daar naartoe gebracht en werd ik aan boord welkom geheten. Vanuit Pascagoula ging het naar Mobile, New Orleans en Houston. We lagen vrij kort in de verschillende havens en hadden weinig tijd om iets te zien. Wat Mobile betreft was ik de eerste twee weken goed aan mijn trekken gekomen en had ik in die haven geen behoefte aan een wandeling op de wal.

New Orleans.

New Orleans.

New Orleans.

New Orleans – 13 augustus 1978.

In New Orleans kreeg ik ‘s middags gelukkig de gelegenheid om even de wal op te gaan en de tijd werd benut voor een bezoek aan French Quarters. Het was er wel een beetje rustig, maar misschien kwam dat door het tijdstip. In een park waren kunstenaars aan het schilderen.

Wat me nog bijstaat van deze havens, zijn de bootwerkers. Over het algemeen alleen kleurlingen, groot en heel donker, met hun typisch zuidelijk accent. En daar liep ik dan als iel blank manneke. Maar ze waren vriendelijk, goedlachs en hadden geen problemen met de aanwijzigen bij het laden en lossen van de lading. Onderling hadden ze veel lol en maakten ze grapjes met en over elkaar:

‘Hey man, you just talk like you fuck your wife, slow and easy.’

Houston

Ansicht uit Houston – 19 augustus 1978.
Gaan van hieruit naar Norfolk. Dan naar de Perzische Golf en dan dokken in Europa. Waar weten we nog niet.

Voor een dime een groot glas bier
Vanuit Houston ging het door Straat Florida naar Norfolk, een van de grootste Amerikaanse marinehavens, zoniet de grootste voor de Atlantische Oceaan. Hier lagen we gelukkig ook tijdens het weekend en we kregen ruim de gelegenheid om op stap te gaan. We kwamen met een paar man, waaronder de 3de wtk en mijn persoon, in het uitgaansleven terecht. We hadden geluk, in de kroeg waar wij binnenkwamen, was net ‘happy hour’ gaande, van 19.00 tot 20.00 uur. Een groot glas bier voor een ‘dime’. Nou, dat ging goed. En kreeg je door het drinken trek, bij het begin van het café was een afhaalloket waar je onder andere pizza’s kon bestellen. Er trad een band op en ze speelde een mix van blues, country en nog wat. Maar het klonk goed. Moest ook wel want na elke pauze stemden ze opnieuw hun instrumenten, niet op het gehoor maar op een oscilloscoop. Ik kende dat meetinstrument alleen van mijn lessen Elektronica en Meet- & Regeltechniek aan de Hogere Zeevaartschool. Om dit meetinstrument te gebruiken voor het stemmen van muziekinstrumenten, was nieuw voor mij.

Blauwe Wimpel

s.s. United States te Norfolk.
Het laatste schip welke de Blauwe Wimpel veroverde (1952).
De Blauwe wimpel is een onderscheiding die (passagiers)schepen krijgen als ze een nieuw snelheidsrecord vestigen bij de oversteek van de Atlantische oceaan. Als meetpunten worden gebruikt ‘Ambrose lightship’ voor de kust van New York en ‘Bishop Rock’ in Engeland. Het s.s. United States voer van West naar Oost in 3 dagen, 10 uur en 40 minuten (gemiddelde snelheid van 35,59 kt) en van Oost naar West in 3 dagen, 12 uur en 12 minuten (gemiddelde snelheid van 34,51 kt).

m.s. Nedlloyd wordt afgeladen in Norfolk.

m.s. Nedlloyd wordt afgeladen in Norfolk.

The Beatles.

In de V.S. kocht ik LP’s, o.a. alle Amerikaanse LP’s van The Beatles.

Op zondagochtend werden we door het zeemanshuis en een lokale kerkgemeenschap uitgenodigd voor een kerkdienst en aansluitend een barbecue. Het vertrek stond gepland op de volgende dag, de maandagochtend en iedereen genoot er nog even van. Maar ….!

Het werd maandagochtend en het schip werd zeeklaar gemaakt, lading schorren, luiken dicht, laadbomen in de mik, etc. In de accommodatie werd het opeens zwart licht. Een van de hulpmotoren gaf het op met als resultaat geen stroom meer in de accommodatie en aan dek. Een tweede hulpmotor liep ook niet voor 100% en de hwtk was van mening dat het niet verstandig was om op anderhalve hulpmotor de oversteek te maken. De gezagvoerder ging af op zijn advies en de hulpmotor moest worden gerepareerd. Aangezien de belading rond was, hadden wij stuurlieden de tijd. Daarbij kwam nog dat indien ik de wal op wilde, de 2de stuurman altijd bereid was om mijn wachtdienst over te nemen. Ook de 3de wtk wist zich een avond vrij te maken en samen gingen we toch nog een keer de wal op.

Donderdag vertrokken we dan eindelijk voor een oversteek over de Atlantische Oceaan, het doorvaren van de Middellandse Zee, de doortocht van het Suez-kanaal met als bestemming havens in de Perzische Golf (PG).

Op last van het hoofdkantoor in Rotterdam ging het vanuit de PG naar Europa, naar Rotterdam. We werden uit deze ‘rond de wereld’ dienst gehaald. In Rotterdam zou het schip het dok in gaan en daarna overgaan naar een andere dienst. Voor mij een bittere pil. Ik had me verheugd op een aantal havens in India en Zuidoost-Azië, de oversteek van de Stille Oceaan en de doorvaart van het Panama-kanaal.

Helaas, het mocht niet zo zijn.