m.s. BANGGAI (1957)

Posted on

Stuurmansleerling G.H.V.
Oktober 1976 – Maart 1977
Totaal: 33.617 zeemijlen

m.s. Batjan.

In de haven m.s. Batjan.

Aangezien ik met twee maanden en vier dagen varen niet veel verlof had opgebouwd, mocht ik na vier weken thuis te zijn geweest me weer melden voor een volgende reis als leerling stuurman. Ditmaal werd het het m.s. Banggai, oorspronkelijk een schip van de Stoomvaart Maatschappij Nederland (1870-1970). Dit schip onderhield een dienst tussen Oost-Afrika en het Verre Oosten. Om aan boord te gaan moest er dan ook worden uitgevlogen, met een KLM toestel. Samen met de gezagvoerder, de hwtk en een leerling wtk, vlogen we van Schiphol naar Nairobi. In plaats van te blijven zitten tot de volgende landing in Dar Es Salaam bestond er waarschijnlijk bij degene die onze tickets had geboekt, behoefte aan het steunen van de lokale vliegmaatschappij. Dus verlieten wij het luxe KLM toestel en stapten over op een oude Fokker Friendship van een lokale vliegmaatschappij. Voordeel. Dankzij het laag vliegen van dit toestel hadden we een mooi uitzicht op de wildernis en de dieren die daar rondliepen. Tevens konden we genieten van een tussenlanding in de schaduw van de Kilimanjaro.
Aangekomen in de haven van Dar Es Salaam zagen we een zusterschip van de Banggai voor anker liggen, de Batjan. De Banggai lag buitengaats voor anker en wij mochten met een klein bootje haar gaan opzoeken. Via een loodsladder klom ik aan boord om mijn mooiste reis te mogen ervaren.

Pulo We

Aanlopen van Straat Malacca. Op de achtergrond Pulo We.

Gedurende de vijf en halve maand aan boord, werd tweemaal heen en weer gevaren tussen havens van Oost-Afrika en van het Verre Oosten. Hierbij mocht ik voor de eerste keer genieten van havens zoals Kobe, Yokohama, Keelung, Hong Kong, Singapore. Gedurende deze tijd heb ik altijd toegevoegd gelopen aan anderen. Vanwege mijn takenboek moest ik regelmatig meelopen met de 1ste stuurman zodat ik aan mijn stersbestekken kwam, een heel mooi moment om op de brug te zijn bij zonsopkomst of ondergang. Als je tenminste tijd had om er van te genieten want tegenover de 1ste kostte een bestek mij toen nog veel tijd. Het zonnetje schieten rond de middag was op zee een vast ritueel. Hier ontkwam je als leerling niet aan.
Een keer heb ik op de Banggai een avond op de brug zelfstandig wacht gelopen, samen met een uitkijk natuurlijk. De aanleiding was het kerstdiner. Ik mocht vooreten waarbij alleen de gezagvoerder mij gezelschap kwam houden, zonder overigens te eten natuurlijk. Hij bewaarde zijn trek voor het diner met de overige officieren.

Japan.

Eerste keer in Japan (Kobe) – Aankomst 29 oktober 1976.

Kobe – Motomachi
Bij aankomst en vertrek van het schip moest je als leerling stuurman altijd aanwezig zijn. Je moest de vlaggen hijsen waaronder het naamsein, de loodsvlag en de maatschappijvlag. In ons geval was dat toen nog een combinatie van de NSU wimpel en de Nedlloyd vlag onder elkaar. Op de brug mocht je soms met navigeren de positie bijhouden maar in principe werd je voor allerlei klusjes gebruikt. Het was jouw taak om de loods op te halen bij de loodsladder en naar boven te begeleiden. Bij het binnenlopen stond je vervolgens vaak bij de telegraaf om de orders van de loods of gezagvoerder door te geven aan de machinekamer.
In Kobe werd altijd de gelegenheid aangegrepen om inkopen te doen. Japanse elektronica was in, ook in Nederland. In het winkelcentrum keek je als jongeman van 19 jaar je ogen uit. Veel elektronicazaken waar je de nieuwste snufjes kon kopen die in Nederland nog niet in de winkel lagen. Japan was op het hoogtepunt van economische ontwikkeling en voor ons buitenlanders toch nog vrij prijzig al was het goedkoper dan in Nederland. Sommige kochten een verrekijker, een auto met afstandsbesturing, of audioapparatuur.

Motomachi in Kobe.

Motomachi in Kobe – 30 oktober 1976.
Op de Motomachi kocht ik mijn eerste Seiko horloge.

Als arme leerling moest je een keus maken. Werd het de verrekijker welke de 2de stuurman je als mentor had aangeraden of een gezellige avond in een van de zijstraten van de Motomachi in een kroeg naast een Japanse schone. Het werd het laatste. Voor alle zekerheid had ik bij het van boord gaan mijn voorzorgsmaatregelen genomen. In mijn schoen zat voldoende geld om te allen tijde een taxi te kunnen betalen naar het schip. Bij het van boord gaan kreeg je bij de valreep van een Japanse wacht een briefje mee met de naam van het dok waar het schip lag. Dit voor het geval je een taxi terug wilde nemen. Van een taxichauffeur in Japan moest je niet verwachten dat hij Engels sprak. Het geven van het briefje volstond dan.
Na een gezellige avond in de kroeg eindigde de avond bij een meisje thuis in haar appartement omdat ik niet genoeg geld had voor een hotel. De appartementen waren door de dunne muren zeer gehorig en we moesten het vanwege de buren dus heel stilletjes doen. Later hield ze voor mij een taxi aan waarbij ze zo lief was om naar mijn financiën te vragen bang als ze was dat ik niet aan boord zou komen. Anders had ze zeker de taxi voor mij betaald.

Yokohama

Yokohama.
Op de achtergrond m.s. Banggai.

Yokohama

Ansichten uit Yokohama – maandag 8 november 1976. Wij liggen in Yokohama. Het is mooi weer.
We zijn hier vanmorgen om 09.30 uur aangekomen. Om 10.15 uur ben ik de wal opgegaan om ansichten te kopen. Om 12.00 uur was ik terug om te eten.

In mijn brieven liet ik me een keer ontvallen dat ik me thuis voelde in het Verre Oosten. Niet alleen vanwege de sfeer in de havens en steden maar vooral vanwege de gemiddelde lengte van de meisjes en dames. Deze waren in deze contreien gelukkig van mijn lengte of zelfs iets kleiner. Ik kreeg gelijk een reactie van Sjaak, mijn gastouder in Vlissingen. Het was een cartoon uit een krant. Afgebeeld stonden twee blanken bij de pygmeeën. De ene was normaal van postuur, de andere klein, ongeveer even groot als de pygmeeën. Hij sprak: ‘Eerlijk gezegd ben ik alleen meegegaan om van een minderwaardigheidscomplex af te komen’. Gelukkig was het niet zó erg met mij, feit was dat ik me wel prettig voelde bij de Aziatische vrouwen die ik die reis ontmoette.

Mississippi in Keelung
In sommige havens werden altijd dezelfde kroegen opgezocht. Zo was er in Hong Kong de Red Lion Inn. Ook in Keelung was het altijd dezelfde bar, op loopafstand van het schip, welke we bezochten. Daar stond een jukebox. Toen was het normaal dat zeevarenden singles van huis meenamen om die in hun favoriete kroeg in de jukebox te laten draaien. Kon je nog een keer naar muziek van thuis luisteren. Zo ontdekte ik op de jukebox ook het nummer ‘Mississippi’ (1975) van de Limburgse popgroep Pussycat. Muziek waar ik volgens mijn broer Hans niet naar hoorde te luisteren. Maar als je zo iets daar dan hoort, dan blijft je dat altijd bij en heeft zo’n liedje een speciale betekenis gekregen. ‘Mississippi’ zal mij altijd aan Keelung doen herinneren, de muziek van Paul McCartney en Wings (‘Mull of Kintyre’) altijd aan Penang en mijn meisje (Penny) daar.

Hong Kong

Ansicht uit Keelung – Geschreven op zee en verstuurd uit Hong Kong. Dit is Taiwan. Wij zijn hier vrijdagmiddag (12 november 1976) aangekomen. Ik luister naar een cassette die ik hier heb gekocht. Ik heb hier cassettes gekocht elk $ 60,– , dat is + fl. 4,50. o.a. Paul McCartney & Wings, Deep Purple in Rock en Ike & Tina Turner Greatest Hits. Je wil na 1½ maand wel eens andere muziek horen. Verder heb ik eetstokjes gekocht, dezelfde soort waarmee ik op de wal heb gegeten. Ik kan er al goed mee overweg. We hebben bami met groenten en garnalen gegeten. Morgen komen we aan in Hong Kong.

Vooraf aan het barbezoek, werden de winkels bezocht. Keelung stond bekend om goedkope muziekcassettes. Op Taiwan werd alles gekopieerd en alle populaire muziek van die tijd was voorradig. Ten opzichte van Europa en Nederland waren de cassettes goedkoop, zestig Taiwan dollar, ongeveer vier gulden vijftig. Ik verliet de winkel met een voorraad aan cassettes voor de stille uurtjes aan boord. Apart was de sfeer buiten op straat. Veel kraampjes, met name om te eten. Toen we rond middernacht uit de kroeg kwamen, moest er dan ook gegeten worden. Er verdwenen garnalen, groenten en bami in een grote pan waarna wij na enige minuten konden smullen. De volgende dag hadden de anderen last van diarree, ik gelukkig niet. Doet mij er aan herinneren dat volgens dr. De Wit van Nedlloyd, meer dan 90% van de zeevarenden welke langer dan een jaar voeren, latent paratyfus had. Mocht ik het hebben, dan heb ik het zeker overgehouden van Keelung. Overigens was dr. De Wit ook bekend om zijn uitspraak dat indien je meer dan vier bier per dag dronk, je alcoholist was.

Hong Kong

Aanlopen van Hong Kong – Zondag 14 november 1976.
Toen nog een Britse Kroonkolonie.

Hong Kong

Ansichten uit Hong Kong – maandag 15 november 1976. Dit is Hong Kong. Een overweldigende stad met miljoenen mensen. Gisteren zijn we hier aangekomen en we blijven tot morgenavond.

Gekleed in Nedlloyd-overal, het tenue aan dek tijdens het laden en lossen, zeker in de tropen.

De Banggai was een heerlijk ouderwets schip met een complete Nederlandse bemanning, op de wasbaas na, totaal zo’n 45 man en dat onder Nederlandse vlag. In de machinekamer werd nog 24 uur per etmaal wachtgelopen. Als je om twaalf uur van de brug naar beneden in de bar kwam, was het daar altijd druk. Een of twee biertjes drinken voor het eten was dan de normaalste zaak van de wereld. Hetzelfde ritueel herhaalde zich voor de meesten rond vijf uur voor het avondeten. Als je dan als stuurman na de Eerstewacht of de Hondenwacht beneden kwam, kwam je in de bar je maatje van beneden tegen, de wtk. Ook dan werd er nog vaak een biertje gedronken. Theoretisch waren velen, volgens dr. De Wit tenminste, van ons alcoholisten. Niemand die zich er echt druk over maakte. Het was een vast onderdeel van het dagelijks ritme aan boord. In de haven verliep het ritme anders. De stuurlieden stonden 24 uur per etmaal aan dek om het laden te monitoren. Tussendoor probeerde je dan nog even de wal op te gaan om iets te zien, een brief op de bus te doen, een biertje te kopen, je meisje te zien, etcetera. Voor de wtk’s was dit soms het moment om een hulpmotor uit elkaar te halen of om een zuiger te trekken. Als het een beetje mee zat, was er dan rond vijf uur tijd voor een biertje of meer.

Hong Kong

Terug aan boord van m.s. Banggai – samen met de twee leerlingen wtk.
Souvenir van Hong Kong.

Singapore

Ansichten uit Singapore – zondag 21 november 1976. Wij liggen in Singapore. Ik ga waarschijnlijk vanmiddag de wal op om rond te kijken. Dit is de laatste haven voorlopig, vervolgens zitten we negen dagen op zee tot Mahé (Seychellen). Ik hoop dat het niet de laatste haven is van waaruit ik kaarten kan versturen. Vergeet de foto van Doa niet op te sturen, groot en duidelijk en in kleur.

Singapore
Tijdens mijn leerlingentijd was mijn mentor altijd de tweede stuurman, kort de second. Deze vond dat ik zoveel mogelijk moest profiteren van het leerling zijn. Zodra ik 4de of 3de stuurman was, kwam er niet veel meer van. In Singapore lagen we met de Banggai op de rede. De lading was gering en we zouden niet al te lang blijven. Op advies van de second ging ik toch aan wal, als enige. Bij Clifford Pier huurde ik een taxi. De taxichauffeur zorgde er voor dat ik die dag een paar bezienswaardigheden van de stad kreeg te zien: Chinatown, Jurong Birdpark, Tiger Balm Garden en de vele sampans afgemeerd t.b.v. het laden en lossen op de Singapore Rivier. De bezienswaardigheden werden onderbroken met een gezamenlijke lunch in een lokaal restaurant rond het middaguur en een kop thee in de openlucht nabij een vogeltjesmarkt rond drie uur ‘s middags.

Singapore

m.s. Banggai op de reden van Singapore.

Singapore

Singapore – China Town.

Singapore

Singapore – Tiger Balm Garden.

Bij het bezoek aan de Tiger Balm Garden viel mij op hoe gruwelijk en sadistisch de meeste Chinese verhalen en sagen zijn. Mij is een verhaal altijd bijgebleven. Tijdens een wandeling aan het strand ziet een man twee vissers die een zeeschildpad willen doden. De man stopt de vissers en laat de zeeschildpad vrij in de zee. Enkele jaren later maakt de man een bootreis. Tijdens een storm loopt het schip schade op en zinkt. De zeeschildpad komt de man te hulp en redt deze als enige opvarende. Hierbij wordt de man afgebeeld op de rug van de schildpad waarbij deze een lange neus maakt naar het zinkende schip en de overige opvarenden.
Met al dit rondtoeren was het inmiddels einde van de middag en werd het weer tijd om aan boord te gaan. Dit ondanks de dringende vraag van mijn chauffeur of ik niet nog een bezoek aan enkele aardige dames wilde afleggen. Gezien de tijd en omdat ik niet zeker wist wanneer we zouden uitvaren, toch maar niet.

Zanzibar - Varen met de reddingssloep.

Zanzibar – Varen met de reddingssloep.

Mikumi National Park - Tanzania.

Zondag 19 december 1976 – Vanuit Dar es Saleem op Safari. Mikumi National Park – Tanzania.

Mikumi National Park - Tanzania.

Ansicht uit Tanzania – Zondag 19 december 1976.
We zijn op Safari in een Safari Park bij Dar es Salaam.

Mikumi National Park
Dankzij het ouderwetse gehalte van ons schip lagen we over het algemeen nog enige dagen in de havens. Tijdens een langdurig verblijf in Dar es Salaam waren we in de gelegenheid om op safari te gaan. Met een busje ging het richting het Mikumi National Park. Vanwege de hitte, hadden de leeuwen weinig oog voor ons en kostte het de gidsen enige moeite om ons wild te laten zien. Het was duidelijk siësta voor de beesten. Toch was iedereen enigszins voorzichtig om het relatief veilige busje te verlaten voor het maken van foto’s. Uiteindelijk stonden een paar bemanningsleden buiten toen ze verrast werden door een baviaan vlak achter hen. De slagtanden van dit beest zorgden er voor dat iedereen weer snel het busje in stoof.

Hong Kong souvenier

Ansichten uit Hong Kong – 10 januari 1977. Dinsdag 4 januari 1977. Wij liggen in Singapore. Vanavond negen uur vertrekken wij naar Hong Kong.
Daar gaan deze kaarten op de bus. Hoe bevalt het pa thuis? Ik zal kijken of we genoeg tijd hebben voor het maken van twee tekeningen van Doa.

Asana Dock

Dokken in het Asano Dock te Yokohama.

Kamakura

Tijdens het dokken in Yokohama, sightseeing tour in Honshu – Japan – zondag 23 januari 1977.
De Grote Boeddha van Kamakura dateert uit 1252.

Japan – Een lied als dank
Een dokbeurt van tien dagen in Yokohama in het Asano Dock tijdens de winter gaf ons de gelegenheid om Japan te bezichtigen. Wat opviel waren de vrouwen die hier werkten, ook voor het zware werk van knippen en scheren van de scheepshuid. Op zondag werd door tussenkomst van de scheepsagent een bus gehuurd waarin de gehele bemanning ging voor een sightseeing tour. Een van de hoogtepunten was de Kamakura Daibutsu, de Grote Boeddha van Kamakura. Naast een bezoek aan een boeddhistische tempel aan een meer op een berg, werd ook de berg Hakone bezocht, een gebied met veel geisers, bronnen en warmwaterpoelen. Hier zagen we apen die vaak een bad namen in een van de warme poelen. Hier konden ze uren in doorbrengen. Op dat moment, het was winter in Japan met lokaal veel sneeuw, verwonderden wij ons er over dat de apen het niet koud kregen als ze de warme poelen verlieten. De gids verklaarde dat door de vertellen dat de beesten zoveel warmte opdeden in het water dat tegen de tijd dat ze het koud zouden krijgen hun vacht weer droog was en weer isoleerde. De hele dag was een Japanse onze gids. Natuurlijk werden wij door haar bedankt voor onze aandacht en interesse voor Japan waarbij ze de dag afsloot met een Japans traditioneel lied. Iets wat niet iedereen kon waarderen gezien de blikken welke werden gewisseld tussen de verschillende bemanningsleden.

Seychellen

In een vrolijk shirt op de markt in Port Victoria, Seychellen.

Seychellen
Bij het aanlopen van Mahé op de Seychellen tijdens onze tweede rondreis, kregen we het verzoek om een dragline (graafmachine) te bergen. Het gevaarte was van de kade in het water beland. Aangezien daardoor de schepen niet tegen de kant konden, hadden we eigenlijk geen keus. Met behulp van trossen en enkele sleepboten werd het schip eerst op enkele meters van de kade gehouden zodat duikers de dragline konden aanslaan. Voor onze zware spier leverde het geen probleem op. Met de sleepboten en het doorhalen van de trossen ging de Banggai vervolgens langzaam tegen de kant. Het leverde ons een vermelding op in de lokale krant en enkele weken later in de Unieschakel. Of was het toen al de Nedlloyd Parade?

Banggai never dies.

De Banggai zal altijd in mijn herinnering blijven.

‘Banggai never dies’
Na vijf en halve maand werd vanuit Dar Es Salaam thuis gevlogen. De leerling wtk en ik deden het schip uitzwaaien bij de havenmond in de wetenschap dat zij niet meer lang voor Nedlloyd zou varen. Gelukkig bleven we vanaf het schip niet onopgemerkt. De kreet ‘Banggai never dies’ vloog regelmatig heen en weer.
De Banggai was van 1957, mijn geboortejaar. Het was nog een schip met pontons voor de hoofdluiken, waterdicht gemaakt met zeilen, schalklatten en keggen, en houten tussenluiken. Dankzij de accommodatie voor twaalf passagiers was er meer dan genoeg ruimte aan boord. Ik had als leerling mijn eigen hut. Dankzij de schitterende havens en de Nederlandse bemanning was de periode aan boord van de Banggai een hele belevenis waar ik nog steeds met veel plezier aan terug denk.

En de dames in de oosterse havens waren altijd heel lief. Vaak verliefd geweest.