INLEIDING

Posted on
Figuur 01: Japan.

Figuur 01:
Japan.

Orkanen hebben regelmatig de natuurlijke of politieke geografie beïnvloed. Ze veranderen kustlijnen met hetzelfde gemak als waarmee ze volledige oorlogsvloten verslinden. Als er niet twee orkanen waren geweest, dan was Japan nu mogelijk onderdeel van China. Tot twee maal toe verwoestte een typhoon de invasie vloot van Kublai Kahn, de kleinzoon van Genghis Khan, november 1274 en augustus 1281. Bij de eerste poging kwamen 13.000 mensen om, bij de tweede poging een veelvoud hiervan. Gevolg was dat het Kublai Kahn nooit gelukt is om Japan te veroveren en dat de Japanners een typhoon beschouwen als een ‘hemelse wind’, Kamikaze.

Tropische cyclonen zijn niet zo groot als de depressies van de gematigde breedten, en niet zo intensief als tornado’s. Door de combinatie van hun afmetingen en intensiteit echter, zijn ze de gevaarlijkste en meest destructieve stormen die in de atmosfeer voorkomen. In verschillende delen van de wereld hebben ze verschillende namen:

– Atlantische Oceaan: Hurricane
– Stille Oceaan (westelijke deel): Typhoon

Ik houd de algemene term TROPISCHE CYCLOON (eventueel afgekort tot TC) aan.

LOCATIES VOOR TROPISCHE CYCLONEN

Figuur 02: Waargenomen Tropische Cyclonen tussen 1851-2006.

Figuur 02:
Waargenomen Tropische Cyclonen tussen 1851-2006.

Tropische Cyclonen ontstaan niet op de evenaar en passeren nooit de evenaar. Het westelijke gedeelte van de Noordelijke Stille Oceaan is de meest actieve regio voor Tropische Cyclonen. Het is tevens het gebied met het grootste aantal intensieve Tropische Cyclonen. Tropische Cyclonen in het westelijke gedeelte van de Noordelijke Stille Oceaan en de Noordelijke Atlantische Oceaan kunnen zich bewegen tot zeer hoge breedtes waarbij ze transformeren naar depressies van de gematigde breedtes.

Het noordelijk gedeelte van de Indische Oceaan (Golf van Bengalen en de Arabische Zee) zijn aan de noordzijde begrenst door het continent terwijl het oostelijk gedeelte van de Noordelijke Stille Oceaan begrenst is door koud water. Deze omstandigheden beperken de levensduur van Tropische Cyclonen in deze regio´s. In de Golf van Bengalen komen vijf maal zoveel Tropische Cyclonen voor als in de Arabische Zee. Het hooggebergte in combinatie met de laaggelegen delta van de Golf van Bengalen maakt deze regio uiterst kwetsbaar voor de gevolgen van Tropische Cyclonen. De twee meest dodelijkste Tropische Cyclonen kwamen in deze regio voor, de TC Bhola in 1970 (300.000 doden, mogelijk 500.000) en de TC 02B in 1991(officieel 138.000 doden en 1.5 miljard dollar schade). Tropische Cyclonen op het zuidelijk halfrond zijn over het algemeen zwakker dan die van het noordelijk halfrond.

HET BEWAKEN VAN TROPISCHE CYCLONEN

Figuur 03: WMO Regio´s met de centra verantwoordelijke voor het verwachten van Tropische Cyclonen.

Figuur 03:
WMO Regio´s met de centra verantwoordelijke voor het verwachten van TC.

Het bewaken van Tropische Cyclonen gebeurt door vrijwel alle landen waar deze voorkomen. Tropische Cyclonen houden geen rekening met landsgrenzen. Dit betekent dat waarschuwingsystemen t.b.v. Tropische Cyclonen een internationaal karakter moeten hebben.

De Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) heeft een aantal meteorologische centra aangewezen welke verantwoordelijk zijn voor de regionale bewaking en alarmering voor Tropische Cyclonen. Er zijn zes Regional Specialized Meteorological Centres (RSMCs) en vijf Tropical Cyclone Warning Centres (TCWCs) over de gehele wereld. Deze centra zijn verantwoordelijk voor het uitgeven van waarschuwingen t.b.v. Tropische Cyclonen, inclusief Tropische Stormen. Gezamenlijk dekken zij alle regio´s waar Tropische Cyclonen voorkomen.

Daarnaast bestaan ook centra welke niet door de WMO zijn aangewezen als RSMCs of TCWCs maar welke zeer relevante informatie t.b.v. Tropische Cyclonen verspreiden, bijvoorbeeld: US Navy / Air Force Joint Typhoon Warning Centre (JTWC), Hong Kong Observatory, The Shanghai Weather Bureau en the Korean Meteorological Agency.

INTENSITEIT CLASSIFICATIES VAN TROPISCHE CYCLONEN

Het is over het algemeen moeilijk om goede metingen te krijgen van Tropische Cyclonen. Als een Tropische Cycloon passeert, zijn de meetinstrumenten vaak vernietigd of verdwenen, of de Tropische Cycloon blijft op enige afstand van meetinstrumenten welke wel overleven.

Eind zestiger jaren hebben de heren Herb Saffir en Robert Simpson een Intensiteit Classificatie ontwikkeld voor Tropische Cycloon waarbij een relatie werd gelegd tussen de enerzijds de druk in het oog en de windsnelheden en anderzijds de schade welke veroorzaakt wordt door de vloedgolf in kwetsbare kuststreken. De schaal staat bekend als de Saffir – Simpson Schaal (zie de tabellen 01 & 02).

Tabel 01: Relatie: Categorie - windsnelheden - kerndruk.

Tabel 01:
Relatie: Categorie – windsnelheden – kerndruk.

Tabel 02: Relatie: Categorie - vloedgolf - schade.

Tabel 02:
Relatie: Categorie – vloedgolf – schade.

NAAMGEVING VAN TROPISCHE CYCLONEN

Figuur 04: De baan van de Hurricane Joan, welke afzwakte tijdens de passage van Centraal Amerika en vervolgens in de oostelijke Noordelijke Stille Oceaan weer in kracht toenam en aldaar herdoopt werd in Miriam.

Figuur 04:
De baan van TC Joan, welke afzwakte tijdens de passage van Centraal Amerika en in de oostelijke Noordelijke Stille Oceaan weer in kracht toenam en herdoopt werd in Miriam.

Het geven van namen aan Tropische Cyclonen stamt uit het eind van de 19de eeuw. De Australische Meteoroloog Clement Wragge gebruikte het Griekse Alfabet en de namen van politici welke hij niet mocht. Later werd ook het militair alfabet gebruikt.

In de zestiger jaren nam de WMO het initiatief voor regionale namenlijsten. Deze eerste lijsten bevatten alleen meisjesnamen. Iets waar de zeelieden over het algemeen geen problemen mee hadden. Sinds de zeventiger jaren worden er ook jongensnamen gebruikt.

Indien een Tropische Cycloon van de ene regio naar de andere regio trekt, kan dit tot een naamsverandering leiden.

DEFINITIE EN LEVENSCYCLUS

Carlson and Lee (1978) gebruiken de gangbare indeling van tropische verstoringen:

Tropische Storing. Een algemene term voor een afzonderlijk bewegend systeem in de (sub)tropen, zonder fronten, maar met een gebied waarin georganiseerde convectie plaatsvindt. De tropische storing heeft geen gesloten isobaren aan het aardoppervlak en moet als afzonderlijk systeem minimaal 24 uur lang herkenbaar zijn (Bijvoorbeeld: easterly waves).

Tropische Depressie. Een zwak tropische lagedrukgebied met duidelijk herkenbare gesloten isobaren aan het aardoppervlak en een bijbehorend cyclonaal windveld. Sterkste winden (gemiddeld over 1 minuut of langer) minder dan 34 kt (17 ms-1).

Tropische Storm. Een tropisch lagedrukgebied met gesloten isobaren en een maximum windsnelheid tussen 34 en 64 kt ( < windkracht 12).

Tropische Cycloon. Een tropische storm waarvan de hoogst gemiddelde windsnelheid meer dan 64 kt ( > kracht 12) is.

Van alle tropische storingen bereikt slechts 10% het niveau van een tropische storm. Van deze laatsten ontwikkelt ongeveer 50% zich tot een tropische cycloon.

Tussen een tropische cycloon en een frontale depressie van de gematigde breedte bestaan duidelijke verschillen. Een frontale depressie van de gematigde breedte heeft een synoptische schaal (500 – 1000 km) waarbij de intensiteit over een groot gebied is verdeeld, hierbij kenmerkt de kern zich door een laag aan de grond én in de bovenlucht welk gevuld is met koude lucht. De kern is gevuld met wolken. De frontale depressie ontstaat op het polaire front, de scheiding tussen twee luchtsoorten. Een tropische cycloon is kleiner van afmeting maar heeft een grotere intensiteit, de kern heeft aan de grond een lagedruk en een hogedruk in de bovenlucht, deze kern is gevuld met warme lucht en t.g.v. subsidentie soms helder, wolkenloos. De tropische cycloon ontstaat in één luchtsoort.

De levenscyclus van een TC wordt meestal in 4 stadia verdeeld.

Vormingsstadium (formative stage). Dit start met de geboorte van de circulatie en eindigt op het moment dat de windsnelheid groot genoeg is om als tropische cycloon gekenmerkt te worden.

Groeistadium (immature stage). Dit duurt van het moment dat het systeem een Tropische Cycloon genoemd mag worden tot aan het moment dat de maximum windsnelheid en laagste kerndruk wordt bereikt.

Figuur 05a: Typhoon Tip – op de Filipijnen bekend als Typhoon Warling – tot op heden de meest intensieve Tropische Cycloon.

Figuur 05a:
Typhoon Tip – op de Filipijnen bekend als Typhoon Warling – tot op heden de meest intensieve Tropische Cycloon.

Volwassen stadium (mature stage). Dit duurt vanaf het moment dat de Tropische Cycloon zijn grootste intensiteit heeft gekregen totdat de sterkte is afgenomen tot onder het niveau waarop nog van een Tropische Cycloon mag worden gesproken. In dit stadium, dat enkele dagen kan duren, groeit de Tropische Cycloon in omvang waardoor op steeds grotere afstand van de kern de wind toeneemt. In dit stadium is de Tropische Cycloon al aardig naar het noorden en westen verplaatst, en kan al in de westelijke stroming van de gematigde breedten zijn ingevangen. De tyfoons van de Stille Oceaan leven gewoonlijk langer in dit stadium dan de hurricanes van de Atlantische Oceaan en bereiken daardoor een grotere omvang en intensiteit.

Afbraak stadium (decaying stage). Dit kan gekarakteriseerd worden door ofwel een snelle intensiteit afname (vaak boven land) ofwel een transformatie naar een depressie van de gematigde breedten. In het laatste geval vindt er vaak nog een opleving plaats waarbij de wind weer opsteekt.

Voor geen van deze stadia bestaat een vaste periode: soms is de ontwikkeling zo snel dat het lijkt alsof een van de stadia wordt overgeslagen.

DE TROPISCHE CYCLOON BOVEN LAND

Wanneer de kustlijn gepasseerd wordt (landfall) verliest de TC iets van de hoge windsnelheid en stijgt de druk in het centrum. Het verdwijnen van de aanvoer van energie vanaf het aardoppervlak is het belangrijkste effect. De hoge waarden van temperatuur en vochtigheid in het oog van de Tropische Cycloon kunnen niet worden gehandhaafd. Een secundair effect is de toename van de ruwheid van het aardoppervlak (dus de wrijving). Dit heeft alleen gevolgen voor de wind nabij het aardoppervlak, maar heeft slechts een gering effect op de Tropische Cycloon. Bij bergachtige gebieden (bv. Madagascar) kan de topografie wel de baan van de Tropische Cycloon beïnvloeden. Een Tropische Cycloon kan – door het verminderde sturende vermogen – boven land ombuigen (recurvature) en weer boven zee terecht komen. In sommige gevallen kan dan boven zee de intensiteit zelfs weer toenemen.